
Ik had een droom.
Serieus, deze post had eigenlijk moeten beginnen met de droom die ik tijdens mijn vakantie had. Het schijnt dat je kunt leren om dromen te onthouden, of zelfs bewust te beïnvloeden – lucide dromen heet dat. Mij is het nooit gelukt, en ook nu was mijn droom zo vluchtig als alcohol. Aan het eind van mijn droom werd ik wakker, en op weg naar de wc besefte ik dat die droom een fantastische basis voor een science fiction verhaal kon vormen. Een SF roman schrijven staat hoog op mijn verlanglijstje. Dus, ik ren terug, klap mijn laptop open en begin als een bezetene te tikken. Krampachtig probeer ik de scene’s terug te halen, maar ik voel de woorden tussen mijn vingers doorglippen. Nee! Die vingers moesten landen op de juiste toetsen van het keybOARD. Verdorie, schiet mijn capslock ook nog aan, en in het donker kan ik de backspace niet vinden. Mijn volgende toetsenbord moet verlichting hebben zodat ik in elke omstandigheid kan werken. Had ik maar een cursus blind typen gevolgd. Of nog beter; had ik mijn iPad maar alvast.
Dit speelt zich allemaal af om vier uur ‘s nachts, vandaar de duisternis in mijn omgeving. Het is de eerste nacht in een vakantiehuisje op Bali. De rest slaapt, terwijl ik last heb van een jetlag.
Ok, concentratie; wat droomde ik nou precies. Iets met een held die de wereld moet redden door terug in de tijd te gaan. Het loopt niet helemaal zoals gepland en de held begint een gevecht op leven en dood met een onbekende vijand. Totdat hij ontdekt dat hij zelf die vijand is, maar dan in een eerdere poging om een scheur in het tijd-ruimte continuum te repareren. Best cool toch?
Niet? Nou ja, je had er bij moeten zijn…
Mijn waanzinnige SF verhaal is inmiddels vervlogen. Een baanbrekend stukje proza, voorgoed verloren voor de mensheid. Hetzelfde tragische lot als ‘The best song in the world’; dat liedje van Tenacious D. over hoe ze het beste lied ter wereld bedachten om de duivel te verslaan. Ze zijn dat briljante nummer helaas vergeten, en het lied dat ze nu zingen lijkt er totaal niet op (‘it’s just a tribute’).
Overigens, ik heb inmiddels al een slordige 350 woorden getypt. Dat is toch de eerste halve procent van een gemiddelde roman. ‘Een dag is nooit verloren,’ smste ik gisteren nog naar iermand ‘zolang je het verhaal dat er in zit maar op papier krijgt.’ Over enkele jaren, wanneer ik een gevierd schrijver ben, hangt deze lijfspreuk op een delfts blauw tegeltje boven het notenhoten werkbureau waar mijn bestsellers vorm krijgen.
Ik bedenk me nu dat ik droomde als gevolg van een film over tijdreizen die ik zag op TV. Het verhaal draait om een bedrijf dat safari’s organiseert voor te rijke mensen die zich kapot vervelen. Geen gewone safari, maar één waarin je terug gaat in de tijd en een T-rex mag neerknallen. Die T-rex zou enkele minuten later toch sterven door een vulkaan uitbarsting, zo hadden ze ontdekt, dus het was prima.
Fout. Iedereen weet dat je niet met de tijd mag knoeien. Het wetenschappelijk brein achter de tijdmachine voelt ook wel iets knagen, maar hij is eigenwijs. Hij heeft toch aan alles gedacht? Het kan nooit mis gaan. Bovendien betaalt het safaribedrijf zijn laboratorium, en zijn onderzoek is nog lang niet klaar. Wie de wet van Murphy kent weet dat de uitspraak ‘we hebben aan alles gedacht’ vraagt om problemen. En inderdaad, ze komen terug van een prehistorische safari en merken dat er iets vreemd aan de hand is. Ze kunnen het in eerste instantie niet goed duiden, maar langzaam verandert de omgeving. Het is opeens warmer dan gemiddeld, en alle planten groeien abnormaal hard.
Oh crap… blijkt dat er toch een foutje is gemaakt tijdens de laatste safari waardoor de evolutie is veranderd, en het bedrijf besluit een team terug te sturen om de fout te corrigeren. Helaas gaat dat mis en men gaat steeds een stukje verder terug om de schade te herstellen die in de vorige reddingspoging was veroorzaakt. De film was matig -ik viel een half uur voor het eind in slaap- en de special effects kwamen rechtstreeks uit het handboek voor b-films (zoals de scene met grote hoeveelheden kakkerlakken). Ook de tijdparadox was slecht uitgewerkt. De tijdparadox leert ons dat het heden verandert wanneer we het verleden veranderen. Dit leidt tot schijnbaar onmogelijke situaties. Stel dat je vijftig jaar teruggaat in de tijd en je opa vermoordt (voordat ‘ie kinderen heeft gekregen). Hoe kan jij ooit dan geboren zijn? En hoe kan jij dan ooit teruggaan in de tijd om je opa te vermoorden? In de film kwamen de effecten van de verandering in een soort tijdgolven op de hoofdpersonen af stromen. De golven werden alsmaar sterker. Men liep door een vriendelijk parkje, de tijdgolf overspoelde hen, en het park werd een woeste jungle met levende wurglianen en dino’s met een apenkop.
Hier klopt niets van. De tijd stroomt niet, zegt David Deutsch in zijn boek ‘The fabric of reality’. Er is dus geen sprake van tijdgolven, en je gaat ook niet ‘tegen de stroom in’ als je terug wilt in de tijd. Helemaal begrijpen doe ik het niet, maar mijn interpretatie is dat entropie in ons universum er voor zorgt dat je niet terug kan in de tijd.
Vergelijk het universum met een radio. Een jaar of acht zal ik geweest zijn toen ik een periode zat waarin ik oude radio’s demonteerde met soldeerbout en schroevendraaier (en soms hamer en zaag in een sacherijnige bui). Honderden bouwstenen lagen keurig op een rijtje; weerstanden, condensatoren, lampjes etc. Vooral versterkerbuizen waren cool. het waren net miniatuur wolkenkrabbers, omhuld door een beschermwand om de inwonende ruimtepioniers te beschermen tegen een buitenaards giftige atmosfeer (mini-wolkenkrabbers vol ruimtepioniers? Ja, toen was ik al een nerd). Het punt is; dat omgekeerde proces had ik niet in de vingers. Zonder een bouw-handleiding kreeg ik al die onderdeeltjes nooit meer in elkaar tot een werkende radio. Waar mijn vader dus ook achter kwam toen ik zijn wekkerradio had onderzocht en hij de volgende dag te laat op zijn werk kwam.
Zo werkt het ook met het universum. Vrij vertaald staat entropie voor de neiging van moleculen om rond te bewegen. Hoe warmer het wordt, hoe harder moleculen gaan bewegen. Vergelijk je de plaats van alle moleculen in het heelal met hun plaats een uur geleden, dan is er behoorlijk wat veranderd. De moleculen van de maan zijn 3,6 miljoen kilometer rond de aarde gedraaid. De moleculen van de intercity Amsterdam-Brussel zijn 120 kilometer naar het zuiden geraasd. De moleculen van een slak zijn 50 meter door de tuin gekropen.
Ons universum is een super-ingewikkelde radio die uit elkaar valt, en wij hebben dat omgekeerde proces niet in de vingers. Je kan zelfs niet een uurtje terug in de tijd. Een handleiding om alle moleculen terug te zetten op de plaats van een uur geleden is oneindig lang. De kans dat we bij toeval alle moleculen correct terug zetten is oneindig klein.
Grappig genoeg is naar de toekomst reizen relatief simpel. Dat kan in feite nu al. Wanneer je moleculen afkoelt tot het absolute nulpunt staan ze stil. Geen verandering, aftakeling etc. Terwijl de wereld daarbuiten rustig door verandert. Daarom blijft vlees ook zo lang goed in de vriezer. Je stapt in een hele goeie koelkast, zet de timer op honderd jaar en voilà. Welcome to the future! Het nut hiervan wordt helaas beperkt om dat je niet terug in de tijd kan om te vertellen wat je hebt gezien.
De theorie dat je alleen naakt naar het verleden/toekomst kunt reizen is bij deze dus ontkracht. Levende wezens, met al hun bewegende moleculen, zijn juist veel lastiger te veranderen in hun vroegere/toekomstige staat dan dode materie zoals bijvoorbeeld een onderbroek. Die blote Arnold Schwarzenegger in terminator is dus helemaal niet zo functioneel als de filmmakers je willen doen geloven. Andere wetenswaardigheden over Terminator vind je op de tv tropes website; een fantastische inspiratiebron.